Aangifte Alarmsysteem

Elektronische aangifte van uw alarmsysteem

De reglementering in de beveiligingssector werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 april 2007 tot vaststelling van de voorwaarden voor installatie, onderhoud en gebruik van alarmsystemen en beheer van alarmcentrales. Dit besluit introduceert een grote verandering wat de aangifte van de alarmsystemen betreft.

ALINE

In feite is de aangifte niet nieuw. Deze was vroeger reeds verplicht, maar gebeurde bij de lokale politie. De praktische wijze voor het bijhouden van deze informatie was niet vastgelegd en verschilde van politiezone tot politiezone, gaande van de invoering op de computer tot het archiveren van het papieren document. Elke politiezone bewaarde de aangiften inzake de installatie van alarmsystemen zonder standaardhulpmiddel. Het was derhalve onmogelijk om het aantal aangiften van alarmsystemen te bekomen via een nationale informaticaopdracht. Voortaan is de gebruiker van een alarmsysteem niet langer verplicht om zijn alarmsysteem aan te geven bij de lokale politie. Het koninklijk besluit van 25 april 2007 bepaalt dat de gebruiker zijn alarmsysteem aangeeft via het meldpunt alarmsystemen. Ingevolge de oprichting van de provinciale Communicatie- en Informatiecentra (CIC) van de Federale Politie, komen alle telefonische noodoproepen die betrekking hebben op alarmmeldingen rechtstreeks toe bij deze provinciale CIC. Daarom is het noodzakelijk dat deze CIC over informatie betreffende de alarmsystemen beschikken. Het meldpunt alarmsystemen werd opgericht teneinde aan die behoefte tegemoet te komen. Wat dient men te verstaan onder ‘meldpunt alarmsystemen’? Het betreft een databank beheerd door de FOD Binnenlandse Zaken die bepaalde gegevens met betrekking tot de alarmsystemen verzamelt. De door de gebruiker ingevoerde gegevens worden opgeslagen in deze databank en zijn toegankelijk voor alle politiezones. Dit informaticasysteem voor de uitwisseling van informatie heet ALINE (ALarm INformation Exchange).

Waarom een elektronische aangifte?

Verschillende doelstellingen rechtvaardigen het oprichten van dit meldpunt alarmsystemen. Het doel van de wetgever is in de allereerste plaats om een nationale, eenvormige databank te creëren die de gegevens bevat van de in België geïnstalleerde alarmsystemen, hetgeen toelaat om de kwaliteit van de politie-interventie te verbeteren. Een essentiële voorwaarde daartoe is dat de politie een idee zou hebben van de ernst van het risico, dat zij een voorafgaande kennis heeft betreffende de aard van het risico en dat zij, via de persoon die het alarm meldt, nuttige informatie op operationeel gebied zou kunnen krijgen. Deze maatregel werd ingevoerd teneinde de politiediensten toe te laten te beschikken over correcte informatie in geval van interventie ingevolge een alarmmelding. Het is immers belangrijk dat de politie zo snel mogelijk de exacte plaats kent waar een alarm in werking is getreden. Hoe meer details zij heeft betreffende de plaats, hoe sneller zij ter plaatse zal zijn en zo de veiligheid zal kunnen waarborgen. De in de databank ingevoerde gegevens zullen de politie toelaten om efficiënt en snel op te treden in geval van gevaar. Het doel is eveneens om de administratieve last van de burger te verminderen (bijvoorbeeld, voor de gebruikers die zijn aangesloten bij een alarmcentrale, is het voortaan deze laatste die verantwoordelijk is voor het in- of uitschrijven van hun alarmsystemen). De gebruiker is niet langer verplicht om zich naar de lokale politie te begeven om de aangifte te doen en om zijn gegevens te wijzigen, hij moet dit nu doen via de website www.policeonweb.be.

Deze nieuwe bepaling strekt er eveneens toe de administratieve werklast van de politiediensten te verminderen, die rechtstreeks toegang zullen hebben tot een geüpdatete databank. Op die manier zal de politie zich niet meer moeten bezighouden met het dagelijks beheer van de aangiften van alarmsystemen. De aan het elektronische loket overgemaakte gegevens zullen kunnen worden geraadpleegd door de CIC van elke provincie en door de lokale politie.

Wie moet de aangifte doen?

De gebruiker die zijn alarmsysteem heeft aangesloten bij een alarmcentrale moet niets doen. De alarmcentrale voert de volledige registratie van het systeem uit voor haar klanten. Het betreft een wettelijke verplichting van de alarmcentrale, echter zonder dat deze laatste aan de klant een bewijs moet leveren dat het systeem werd aangegeven. Enkel de gebruiker van een alarmsysteem dat niet is aangesloten bij een alarmcentrale moet deze aangifte doen via het elektronisch loket www.policeonweb.be.

Welke alarmsystemen moeten aangegeven worden?

Enkel de alarmsystemen die niet aangesloten zijn bij een alarmcentrale moeten het voorwerp uitmaken van een aangifte via  www.policeonweb.be. Bovendien moeten de alarmsystemen die vroeger reeds aangegeven waren bij de lokale politie opnieuw aangegeven worden via het elektronische loket. Goederenalarmsystemen die zijn uitgerust met één van de volgende elementen:

  • Buitensirene: sirene geïnstalleerd aan de buitenkant van een gebouw, maar eveneens een sirene die aan de binnenkant van het beveiligde goed geïnstalleerd is en toch buiten hoorbaar is.
  • Buitenlicht: elk draaiend licht dat zichtbaar is vanaf de openbare weg, zelfs wanneer dit aan de binnenkant geïnstalleerd is.
  • Communicatiesysteem: elk communicatiemiddel dat aan een persoon, die zich niet in het beveiligde goed bevindt, toelaat om op de hoogte te worden gesteld van een alarmsignaal (bv. via sms).
  • Persoonsalarmsystemen (hold-up knoppen): deze moeten verbonden zijn met een alarmcentrale. De alarmcentrale zal dan de aangifte doen voor de gebruikers van een persoonsalarmsysteem.

Wanneer moet men het alarmsysteem aangeven/wijzigen/schrappen?

Vanaf 1 juli 2010 is de aangifte van alle alarmsystemen bij het meldpunt alarmsystemen verplicht. Desalniettemin heeft de gebruiker reeds de mogelijkheid om zijn alarmsysteem aan te geven op www.policeonweb.be.

Vanaf 1 juli 2010 dient de gebruiker zijn alarmsysteem aan te geven binnen de 10 dagen die volgen op de eerste ingebruikname van het systeem, dit wil zeggen het eerste gebruik van het systeem door de gebruiker. Bijvoorbeeld, een huurder die aankomt in zijn appartement zal zijn alarmsysteem moeten aangeven, zelfs indien het alarm reeds werd aangegeven door de vorige huurder; het is niet de eigenaar die dit voor hem zal doen.

In geval van wijzigingen van de gegevens of in geval van buitendienststelling van het systeem, wordt eveneens een termijn van tien dagen voorzien.

Hoe overgaan tot de registratie?

De aangifte van het alarmsysteem kan enkel gebeuren op de website www.policeonweb.be

Deze aangifte kan dus noch op papier, noch telefonisch gebeuren. De gebruiker belandt op een homepagina die hem toelaat een type aangifte te kiezen. Hij moet klikken op ‘Beheer van de aangiften’.

De identificatie

Vervolgens moet de gebruiker, alvorens op ‘volgende’ te klikken, zich verplicht identificeren. Om dit te doen, heeft hij twee mogelijkheden:

Hetzij door middel van zijn elektronische identiteitskaart (+ kaartlezer + pincode). Alle nuttige informatie betreffende de elektronische identiteitskaart bevindt zich op: www.eid.belgium.be De elektronische kaartlezers kunnen besteld worden op www.cardreaders.be Voor de personen die noch over een Belgische identiteitskaart en noch over een SIS-kaart beschikken, gebeurt de aflevering van het token door de Federale Overheidsdienst Informatie- en Communicatietechnologie (FEDICT) die men dient te contacteren op het nummer 078/15.03.12 (FR) (keuze 3), NL: 078/15.03.11 (NL) (keuze 3).

Hetzij door middel van een ‘token’ (een reeks van 24 op een kaart gedrukte codes). Om dit te bestellen moet de gebruiker klikken op "Hebt u geen van bovenstaande middelen om u te identificeren? Klik dan hier om een account op het Federale Portaal aan te maken”. Dit token zal hem dan gratis via de post gestuurd worden. Zodra de gebruiker het token in zijn bezit heeft, moet hij zeggen dat hij zich identificeert door middel van dit laatste en moet hij de gevraagde code invoeren. Dit token kan eveneens gebruikt worden om toegang te krijgen tot andere toepassingen, zoals tax-on-web.

Wanneer het een onderneming betreft, is het de persoon die optreedt als wettelijke vertegenwoordiger (bij de Kruispuntbank voor Ondernemingen) die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de aangifte van het alarmsysteem. Hij of zij dient zich dus eveneens hetzij met zijn/haar identiteitskaart, hetzij met zijn/haar token te identificeren. Wanneer de gebruiker eveneens wettelijke vertegenwoordiger van een onderneming is (zaakvoerder, bestuurder...), dan zal hij de keuze hebben om zijn aangifte als privépersoon of als vertegenwoordiger van een onderneming te doen.

De invoer van de gegevens van de gebruiker

De gebruiker moet vervolgens zijn persoonlijke gegevens aanvullen. Om zich in te schrijven is het geenszins verplicht om een e-mailadres te hebben. Hij heeft de mogelijkheid om een e-mailadres in te vullen, maar dit is niet verplicht. De gebruiker die een e-mailadres inschrijft, zal binnen een jaar een herinneringsmail ontvangen om hem eraan te herinneren zijn gegevens te valideren. Degene die geen e-mailadres invult, zal zijn gegevens binnen een jaar uit eigen beweging moeten valideren. Enkel de plaatsen met een * moeten verplicht worden ingevuld. Bovendien zal de gebruiker die een e-mailadres heeft opgegeven informatiemailings kunnen ontvangen betreffende de Veiligheid en de Preventie. De gebruiker moet vervolgens klikken op ‘Een inwerkingstelling melden’.

Welke gegevens moet men invoeren?

De gebruiker moet alle informatie met betrekking tot het alarmsysteem overmaken, met name:

- de naam van de plaats van de installatie: commerciële benaming voor een onderneming en familienaam voor een particulier;

- het adres van de plaats van de installatie van het alarmsysteem;

- telefoonnummer van de plaats waar het systeem geïnstalleerd is: het koninklijk besluit van 25 april 2007 maakt niet langer melding van een contactpersoon. Tijdens de aangifte wordt verplicht om een telefoonnummer in te vullen. De gebruiker moet beslissen welk nummer hij wenst te geven. De andere nummers zijn facultatief. Dit nummer wordt vermeld voor informatie in geval van ernstige incidenten.

- aard van het risico van de plaats waar het systeem geïnstalleerd is (keuze uit een vaste lijst). Het betreft de activiteit die in het gebouw gevoerd wordt (juwelier, apotheek, boekhandel...). Een particulier moet ‘niet gespecificeerd’ kiezen.

- aard van het goed (keuze uit een vaste lijst): is het systeem geïnstalleerd in een huis, in een appartement…

De gebruiker heeft eveneens de mogelijkheid om een plan van de plaats waar het systeem is geïnstalleerd, bij te voegen.

Samenvatting en bevestiging van de aangifte

De gebruiker moet controleren of de ingevoerde gegevens correct zijn en op ‘Bevestigen’ klikken.

De databank creëert automatisch een gebruikersnummer, dit wil zeggen ‘het identificatienummer van de gebruiker van een alarmsysteem’. Bij de aangifte van het alarmsysteem is het tevens mogelijk om het bewijs te laten afdrukken dat het alarmsysteem goed geregistreerd werd in het ‘meldpunt alarmsystemen’. Het gebruikersnummer van het alarmsysteem wordt eveneens op dit bewijs vermeld. Het betreft het nummer dat moet worden meegedeeld wanneer de gebruiker de politie waarschuwt betreffende de inwerkingtreding van een alarm. Dit gebruikersnummer laat de politie toe om vlot alle desbetreffende gegevens terug te vinden.

Het is overigens belangrijk te verduidelijken dat de geregistreerde gegevens elk jaar door de gebruiker gevalideerd, en in voorkomend geval gewijzigd zullen moeten worden. Een automatische controle betreffende de juistheid van de ingevoerde gegevens vindt immers één keer per jaar plaats. De gebruiker ontvangt automatisch een e-mail, waarin hem gevraagd wordt of zijn gegevens correct zijn. Wanneer hij niet antwoordt, wordt het alarmsysteem uit de databank geschrapt. Wanneer er twee alarmsystemen zijn op hetzelfde adres, wordt voorrang verleend aan de meest recente invoering.

Niet iedereen heeft internet

Bij de lancering van ALINE, heeft de administratie uiteraard rekening gehouden met het feit dat sommige personen geen internetverbinding hebben. Hoewel de gebruiker verantwoordelijk is voor de aangifte, is het geen verplichting dat de gebruiker van het alarmsysteem zelf toegang heeft tot internet. Hij kan de verrichting uitvoeren vanaf eender welke computer die met het internet verbonden is. Hoe zit het met de personen die niet over een internetverbinding beschikken of die, door hun leeftijd of gezondheidstoestand, de aangifte niet alleen kunnen doen? Voor de personen die geen toegang hebben tot het internet, zijn de volgende oplossingen mogelijk:

Zij kunnen hun alarmsystemen aansluiten bij een alarmcentrale die de aangifte voor hen zal doen. Dit verschaft bovendien talrijke voordelen. De abonnementskosten kunnen het voorwerp uitmaken van een belastingvermindering. De autoriteiten steunen deze optie. De beveiligingsfirma’s kunnen, op vrijwillige basis, hun klanten helpen met de aangifte van hun alarmsysteem. De installateurs moeten echter gebruik maken van de elektronische identiteitskaart of het ‘token’ van hun klanten. Zij kunnen dus niet hun eigen elektronische identiteitskaart gebruiken om de aangifte van hun klanten te doen. Het betreft hier dus een mogelijkheid tot bijstand, die kan worden beschouwd als een extra dienstverlening die de beveiligingsfirma’s aan hun cliënteel bieden.

Zij kunnen een beroep doen op familieleden of kennissen om internettoegang te hebben. Verschillende gemeenten en lokale politiezones stellen toegang tot het internet, evenals bijstand, ter beschikking van de burgers. Ook in dit geval dient men de elektronische identiteitskaart of het ‘token’ van de gebruiker te gebruiken.

In steden is het vaak mogelijk om toegang te hebben tot het internet in openbare gebouwen, zoals bijvoorbeeld bibliotheken of de Digitale Openbare Ruimtes.

Sancties

Vanaf 1 maart 2010 kan aan de gebruiker van een alarmsysteem, die niet beantwoordt aan de wettelijke vereisten, een administratieve geldboete worden opgelegd.

Technische problemen

Wanneer de gebruiker tijdens de aangifte technische problemen ondervindt, kan hij telefonisch contact opnemen met de Help Desk van FEDICT op het nummer 078/15.03.12 (FR) (keuze 4) of 078/15.03.11 (NL) (keuze 4), of per e-mail servicedesk@fedict.belgium.be

Aanvullende informatie en publicatie

De FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Veiligheid en Preventie heeft een brochure ‘Geen (node)loos alarm. Spelregels bij inbraakalarmen’ uitgegeven teneinde de gebruikers te informeren over de reglementering inzake alarmsystemen ter beveiliging van goederen. Het is mogelijk om deze brochure te verkrijgen bij het Documentatiecentrum van de AD Veiligheid en Preventie: infodoc@ibz.fgov.be of per fax op het nummer 02/557.35.22. Deze brochure kan tevens gedownload worden op de website: www.besafe.be (rubriek ‘Onze publicaties’).